Schaduwmensen

“Pas op voor het zwarte gat,” waarschuwden mensen elkaar als ze een zwarte schaduw op de grond zagen. Behoedzaam liepen ze er met een grote boog omheen. Ze wilden niet door de schaduw heen vallen. Maar het gebeurde elke dag. Op momenten dat niemand het zag.

Het ging niet om grijze schaduwen. Die waren ongevaarlijk. Maar je moest uitkijken voor inktzwarte schaduwen waarbij niets meer van de ondergrond te zien was.

Elke dag verdwenen mensen plotseling. Ze werden schaduwmensen. Ze verbleven in een stille schaduwruimte onder het zwarte gat waar ze doorheen waren gevallen. Tot het vol zat. Want als dat vol zat, dan mocht de eerste die erin viel er weer uit. Voor degene die dan ineens weer terug was, was de tijd stil blijven staan. Maar de bovengrondse tijd was gewoon doorgegaan. Zo kon het gebeuren dat een kind dat door een zwarte schaduw viel, terugkeerde wanneer zijn broertjes en zusjes allang opa’s en oma’s waren.

De mensen waren natuurlijk elke keer verdrietig wanneer er weer iemand in een zwart gat verdween. Ze misten hun verloren familieleden en vrienden. Maar ze konden zich troosten met de wetenschap dat schaduwmensen geen enkel besef van hun bestaan hadden. Alles stond in de stille schaduwruimte immers stil. De bovengrondse mensen konden alleen maar afwachten. Soms zagen ze hun verlorenen terug, vaak ook niet.

Soms verdwenen er in korte tijd heel veel mensen. Dan ging het gerucht rond dat iemand een bepaald schaduwpersoon probeerde terug te halen ten koste van anderen. Hij duwde expres anderen in een zwart gat als niemand keek, in de hoop dat de schaduwruimte zijn geliefde vrij liet. Maar er was nog nooit een schaduwmens teruggekeerd op die manier. Want de schaduwen verschenen steeds op andere plekken en de schaduwruimtes verhuisden mee. In sommige schaduwruimtes pasten maar twee mensen tegelijkertijd, maar in de meesten pasten wel honderd tot tienduizend mensen. De kans was nihil dat je iemand in hetzelfde zwarte gat duwde als waar je geliefde in was gevallen en je wist nooit hoeveel mensen nog voor hem/haar op de wachtlijst stonden om terug te mogen keren.

Zo ging het dag in, dag uit, jaar in, jaar uit, eeuw in, eeuw uit. Tot er een meisje kwam die zich afvroeg: “Waarom vallen we door zwarte schaduwen heen? Een schaduw is geen gat. Het is alleen maar de afwezigheid van licht.” Zij zette haar voeten vol vertrouwen op de zwarte schaduw en ze liep er gewoon overheen.

Door Tine de Jong-Veenstra.

Advertenties

Over tinexpression

Tine is getrouwd en heeft drie kinderen. Ze is auteur van DROOM 'R OVER (jeugd 11-18 jaar) en NABIJ DE LIEFDE (gedichtenboekje), ontwikkelt nieuwe spellen op maat die gevoelige onderwerpen bespreekbaar maken en is huiswerkbuddy.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s