De lelijke gemene heks die een mooie goede fee wilde zijn.

In een Sprookjesbos, hier niet ver vandaan, leefde eens de lelijke gemene heks Hexya. Ze was het spuugzat om door alle kabouters, eenhoorns, prinsen op witte paarden en alle andere sprookjesfiguren altijd maar lelijk en gemeen gevonden te worden. Alle scheldwoorden en vervloekingen die jarenlang naar haar hoofd waren geslingerd, alle keren dat ze in ravijnen en ovens was geduwd, hadden haar diep gekrenkt.

Hexya klopte aan bij de grote tovenaar, die alle wezens van het Sprookjesbos vorm gaf. “Ik wil vanaf nu een mooie goede fee zijn! De mooiste goede fee die er bestaat,” riep ze.
“Ik kan je het uiterlijk geven van een fee, maar je gedrag bepaalt of je goed bent of niet. Daar zul je zelf aan moeten werken…”
“Mij best,” zei de lelijke gemene heks. En ze dacht: voor wie mooi is, is het een makkie om goed te zijn.
De tovenaar toverde haar om tot een mooie fee, nog mooier dan alle feeën die hij ooit gezien had. “Kijk, je bent nu een fee en je nieuwe naam is: Fayh.”
Zichzelf bewonderend draaide ze rond voor de spiegel. “Het is gelukt!” riep ze enthousiast uit.
“Dat moeten we nog zien,” mompelde de tovenaar. “Succes Fayh.”

Ze huppelde blij naar een groepje feeën die hun vleugels aan het poetsen waren. Vergenoegd bekeek ze haar eigen vleugels die schitterden als kristal in het zonlicht.
“Kun je me even helpen?” vroeg een kleine fee. “Er zit een vlekje op mijn vleugel, maar ik kan er net niet bij. Wil jij het afvegen?”
“Dat wil ik wel als je mij jouw toverstafje geeft,” antwoordde Fayh.
“Dat is goed hoor,” zei de kleine fee.
Fayh veegde haastig het vlekje weg en pakte de toverstaf. Trots zwaaide ze ermee in het rond. Nu hoor ik er echt bij, dacht ze.

Toen kwam er een fee aanvliegen met een prachtig jurkje aan. Fayh had ineens het gevoel dat ze zelf oude lompen droeg. Gauw toverde ze haar eigen jurkje om in een nog veel mooier exemplaar en ze lachte: “Ik ben nu echt de mooiste goede fee!”
“Je ziet er inderdaad heel mooi uit,” zei de kleine fee, “maar het is niet goed om de toverstaf voor jezelf te gebruiken.”
Ach wat! Recalcitrant toverde Fayh er nog een paar bijpassende schoentjes bij en ze trok ze aan.
“De toverstaf mag alleen gebruikt worden voor anderen die in nood zijn,” waarschuwde de kleine fee.
“Pfft, wat een zeurpiet ben jij. Je denkt toch niet dat ik er zo suf bij ga lopen als jij!” zei Fayh. Geïrriteerd toverde ze heleboel klodders kleverige klei op de vleugels van de kleine fee. Ze dropen van haar tere vleugeltjes op de grond. De kleine fee plakte daardoor aan de grond vast. Fayh genoot van haar gejammer en toverde nog meer klodders te voorschijn, tot de andere feeën beschermend om de kleine fee heen gingen staan. Fayh liep met opgeheven hoofd weg.

Even later liet ze haar hoofd bedroefd zakken. Wat heb ik gedaan, dacht ze. Ik wil zo graag bij het clubje van goede feeën horen! Hoe kan ik dat nou nog voor elkaar krijgen? Oh wacht, ik weet het; ik moet gewoon een goede daad doen!

Ze hoorde een jong hertje huilen. Het was verdwaald in het bos. Het riep om zijn moeder.
Fayh zag dat er veel feeën toesnelden, maar Fayh was als eerste bij het hertje aanbeland.
Goed zo, dacht Fayh, nu kan ik mooi aan iedereen laten zien hoe behulpzaam ik ben!
“Ik zal je moeder wel even zoeken,” zei ze tegen het huilende hertje. Ze vloog hoog de lucht in en tuurde rond.
“Zie je haar al?” vroeg het hertje na een minuutje.
“Nee!” riep Fayh. De vele bomen in het Sprookjesbos belemmerden haar zicht. Fayhs vleugels werden zwaar van het gefladder. Wat vermoeiend is dit, dacht ze. Had ik maar een bezemsteel!
Het hertje begon harder te huilen.
Fayh schreeuwde vanuit de hoogte: ”Hou op met dat gejank! Ik kan er niet tegen. Als je zo doorgaat met blèren moet je het zelf maar uitzoeken!”
Het hertje snikte: “Jij bent geen goede fee… Mama! Ik wil mijn mama!”

Een andere fee kwam naast het jonge hertje staan. Ze praatte op zachte toon met hem. “Ik blijf bij je tot je mama weer bij je is, goed? Zullen we haar samen gaan zoeken?”
Het hertje knikte. “Jij bent lief,” zei hij.
Fayh voelde zich ineens groen worden van jaloezie. Ze wees boos met haar toverstok naar de fee en toverde haar om in een dikke vette kikker. Daarna toverde ze het hertje om in een mug.
“Net goed!” dacht Fayh.
De kikker at de mug op.
Mijn hemel! schrok Fayh. Wat heb ik nou weer gedaan?

Zo snel als ze kon, maakte ze dat ze weg kwam. In haar haast botste ze tegen een paar boomtakken aan. Haar vleugels raakten bekrast en werden vies, waardoor hun vliegkracht afnam. Bah, nu moet ik ze zeker gaan wassen. Geen zin in. Weet je wat, ik ga naar zee. Daar spoel ik ze zo weer schoon.

Toevallig hoorde ze iemand snurken. Een reus? Nee, het was een heks! Ze lag op de grond slapen. Met een bezemsteel ernaast! Als heksen snurken, zijn ze met nog geen twintig kanonschoten wakker te krijgen, wist Fayh. Kwam dat even goed uit!

Zelfverzekerd nam Fayh plaats op de bezemsteel. “Vlieg naar de zee,” commandeerde ze.
De bezemsteel wiebelde en schudde maar steeg niet op. “Jij bent geen heks,” zei de bezemsteel, “ik luister niet naar jou.”
“Wel heb ik ooit!” riep Fayh, “hoe durf je!” Ze toverde een vlammetje en stak daarmee het uiteinde van de bezemsteel in brand. “Zo! Vliegen zul je! Gauw naar de zee als je het vuurtje op tijd wilt doven.”
Zo, dat heb ik slim aangepakt, dacht Fayh. Ze hield zich stevig vast en hup, daar vloog ze op de bezemsteel als een speer de lucht in, richting de zee.

Het vuur werd heviger en de bezemsteel werd steeds kleiner. Fayh kreeg het er warm van en spoorde de bezemsteel nog harder aan: “Schiet op, slome!” Al gauw zag ze het strand. “Stop hier!”
De bezemsteel smeekte: “Laat me in het diepe water landen, om het vuur te doven.”
“Nee,” zei Fayh onverbiddelijk, “Jij moet gewoon doen wat ik zeg!” Ik heb geen zin om helemaal nat te worden.
De bezemsteel hield halt op het strand. Fayh stapte af en liep naar de waterkant. Ze boog langzaam voorover en liet haar vleugels in het water hangen. Kon iemand maar even helpen het water over mijn vleugels te spoelen, dacht Fayh. Zou de bezemsteel niet voorzichtig het vuil af kunnen vegen?
Ze keek even om. Ze zag dat er niks anders meer over was van de bezemsteel dan een verkoold takkenbosje.
Oh oh, dacht Fayh. Ik ben niet goed bezig. Ik moet me leren beheersen! Ik moet beter mijn best doen om mij goed te gedragen.

In de verte zag ze twee zeemeerminnen spelen. Wat zijn ze toch lenig en elegant. Ze riep hen en ze kwamen nieuwsgierig naar haar toe.
“Jij bent de mooiste fee die ik ooit gezien heb!” zongen ze in koor.
“Ik zal jullie benen geven. Dat willen zeemeerminnen toch graag?”
“Benen? Oh wauw! Wat aardig! Ja graag!”
“Dan kunnen jullie wel even mijn vleugels schoonspoelen, hè? Ik wil dat ze nog meer glanzen dan jullie schubben.”
De zeemeerminnen poetsten Fayhs vleugels tot ze glommen als nooit tevoren. Als extra service vlochten ze haar lange haren in een fantasievolle vlecht.
Content keek Fayh in de weerspiegeling van het zeewater. Daarna keek ze bedenkelijk naar de zeemeerminnen. Ze zwaaide met haar toverstaf en veranderde hun staarten in benen. In harige mannenbenen met lompe voeten.
Geschrokken vroegen de zeemeerminnen: “Kun je ons benen geven die beter bij ons passen?”.
“Waarom zou ik?” siste Fayh. Ik ben me daar gek! Dan zijn ze mooier dan ik! Ik wil de mooiste blijven in het Sprookjesbos.

Onwennig en teleurgesteld wandelden de zeemeerminnen weg. De ene zeemeermin fluisterde in het oor van de ander: “Ze heeft het uiterlijk van de mooiste goede fee…” De andere zeemeermin fluisterde aanvullend: “maar ze heeft het karakter van de lelijkste gemene heks.”
De brutaliteit, dacht Fayh. Ik hoor het wel hoor! Ik laat me niet meer uitschelden! Nooit meer!
Woedend veranderde ze de beide zeemeerminnen in vissen. Ze liet hen hulpeloos spartelen in het strandzand.
Dat zal ze leren, dacht ze. Die ondankbare nesten!

Ze schudde haar schitterende vleugels droog en vloog weg. Ze moest zigzaggend door een groep krijsende meeuwen heen die op de vissen afkwamen. Vervolgens wist ze niet wie ze harder hoorde krijsen; de meeuwen of de zeemeerminnen toen ze door hen werden verslonden. Het ging door merg en been. Dat bracht Fayh bij zinnen. Treurig zag ze in dat de zeemeerminnen de waarheid hadden gefluisterd…

Plotseling stond de grote tovenaar voor Fayhs mooie neusje.
Hij zei: Ik weet dat je geen lelijke gemene heks wilt zijn. Helaas is het je niet gelukt om een mooie goede fee te zijn. Je past nu niet meer tussen de heksen noch tussen de feeën. Daarom ontneem ik nu jouw toverkracht en verplaats ik je naar de mensen wereld. Daar pas jij prima tussen, want alle mensen willen graag mooi en goed zijn. Ze doen hun hele leven hun uiterste best daarvoor, maar toch zijn er slechts enkelen die er in slagen.

 

Door Tine de Jong – Veenstra

Advertenties

Over tinexpression

Tine is getrouwd en heeft drie kinderen. Ze is auteur van DROOM 'R OVER (jeugd 11-18 jaar) en NABIJ DE LIEFDE (gedichtenboekje), ontwikkelt nieuwe spellen op maat die gevoelige onderwerpen bespreekbaar maken en is huiswerkbuddy.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op De lelijke gemene heks die een mooie goede fee wilde zijn.

  1. Tineke Bootsma zegt:

    Leest fijn en nieuwsgierig. Leuk en mooi slot.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s