Verhaal over Faalangst

Durf je, net als ik, soms dingen niet te doen omdat je bang bent dat anderen vinden dat je het verkeerd doet? Zo jammer. Zelfs dingen die je graag wilt doen en waarvan je weet dat je er goed in bent, laat je dan niet zien. Misschien probeer je het wel maar zodra je faalangst voelt opkomen, blokkeer je.

Faalangst… je bent het liever kwijt dan rijk. Ik ook. Maar ik vrees dat het me nooit zal lukken om er helemaal vanaf te komen… Gelukkig is het meestal onzichtbaar voor anderen maar ik voel wel dat het aanwezig is. t’ ls een klein maar krachtig onderdeeltje van mijn persoonlijkheid.

Ik vecht er niet meer tegen. Ik geef er ook niet meer aan toe. Want ik heb gemerkt dat dat averechts helpt. Wat ik tegenwoordig doe, is mijn faalangst als het ware bij de hand nemen wanneer ik bang ben om fouten te maken. Ik laat aan mijn faalangst zien dat ik toch door kan gaan. Soms maak ik dan wel fouten van de zenuwen, maar ik heb gemerkt dat hoe vaker ik durf dóór te zetten, hoe makkelijker en beter alles gaat. En achteraf ben ik altijd blij dat ik gedaan heb wat ik wilde doen. Ook als het niet zo goed ging als dat ik zou kunnen.

Het is jammer als je geen leuke of nodige dingen meer doet vanwege faalangst. Aan het feit dat je faalangst hebt, kun je niks doen. Maar je kunt wel zelf bepalen of je je erdoor laat belemmeren of niet.
Ik heb hier een verhaal over geschreven.

Verhaal over Faalangst.

Er waren eens twee vrouwen: Anne en Anja. Ze waren allebei zeer behulpzaam. Iedereen mocht hen graag.

Op een dag kwamen ze hun oude buurvrouw Granny tegen op de parkeerplaats. Het kostte haar duidelijk moeite om een kistje vol appels naar haar auto te dragen.
“Zullen we u even helpen?” vroegen Anne en Anja.
“Oh graag,” antwoordde mevrouw Granny.
Anne en Anja namen het zware kistje van haar over en tilden het samen naar haar auto.
“Bedankt,” zei de oude vrouw blij. “De appels zijn voor de appelcakes. Morgen vier ik mijn tachtigste verjaardag. Er komen wel zestig mensen op bezoek!”
“Wat leuk,” zei Anne.
“Gefeliciteerd,” zei Anja. “Gaat u voor al uw gasten appelcake maken?”
“Ja. Maar ik heb maar één oven, dus ik weet niet of het wel gaat lukken om alle appelcakes op tijd klaar te hebben.”

Anne wilde mevrouw Granny graag helpen. Granny was altijd heel aardig voor haar geweest, dus Anne wilde graag wat terugdoen.
Ik zou voor haar een appelcake kunnen bakken, of twee, dacht ze. Mijn oven is groot genoeg.
Opeens voelde ze een schok door haar heengaan. Ze kreeg een misselijk gevoel in haar buik en alles begon lichtjes te draaien. Het kwam door Faalangst. Faalangst hield zich meestal diep in haar binnenste verscholen maar kwam soms ineens boven.
Oh help, moet je me nou weer lastigvallen, Faalangst? dacht Anne. Door jou durf ik de buurvrouw niet te helpen met bakken. Ik ben bang dat ik de cake aan laat branden of dat het inzakt.
Zo hard als ze kon duwde ze Faalangst weg. Maar Faalangst duwde keihard terug en verschool zich pas weer nadat Anne zichzelf had horen zeggen: “Goh, nou mevrouw Granny, dan zal ik u niet langer meer ophouden. Tot ziens hoor, een fijne dag morgen!”
Anne liep weg en haalde verderop opgelucht adem.

Ook Anja wilde haar oude buurvrouw graag helpen. Maar net als Anne kreeg ze een schok door haar heen. Ze werd misselijk en draaierig. Dat gebeurde altijd als Faalangst weer eens de kop opstak. Maar in plaats van Faalangst weg te duwen, begroette ze hem.
Ah, Faalangst, ben je daar weer? Door jou vind ik het eng om appelcakes voor de buurvrouw te bakken. Maar kom, ga met me mee en ik zal je laten zien dat ik mevrouw Granny best kan helpen ondanks jouw aanwezigheid.
Mevrouw Granny was erg blij dat Anja aanbood haar te helpen.
Het was lang geleden dat Anja wat gebakken had en ze genoot ervan om eindelijk weer eens met bloem en boter in de weer te zijn. Faalangst liep haar af en toe wel voor de voeten. Daardoor had ze moeite om alle benodigdheden te vinden en moest ze wel twintig keer checken of ze wel het goede recept had.
Het kwam op tijd af. Faalangst bleef nog lang aan haar zijde, zelfs toen al het werk al gedaan was.
Heb ik het wel goed gedaan? Heb ik niet per ongeluk zout erin gedaan in plaats van suiker?
Pas toen mevrouw Granny een stukje van de cake had geproefd en tegen Anja had gezegd dat het heerlijk was, zakte Faalangst weer diep weg en kon Anja eindelijk ontspannen.

Een paar dagen later kwamen Anne en Anja buurman Verboom tegen. Hij probeerde zijn auto met een aanhangwagen vol houtblokken in te parkeren. Dat viel niet mee want het was een krappe bedoening.
“Kun je wat hulp gebruiken?” vroegen Anne en Anja.
“Nou graag”, zei Verboom, “kunnen jullie even op de uitkijk staan voor me?”
Anne en Anja gaven aan hoeveel ruimte er was en zo kon de buurman de aanhangwagen keurig op zijn plek zetten. Jan bedankte hen.
“Zo, dat zijn aardig wat houtblokken,” zei Anne. “Moeten ze allemaal naar je tuin gebracht worden?” vroeg Anja.
“Ja, ik moet gauw alles uitladen en opstapelen. Ik hoop dat ik het nog klaar krijg voordat het gaat regenen. Er komt een flinke bui aan, schijnt het.” Hij keek op zijn horloge. “En ik moet de kar ook nog terugbrengen.”

Anne wilde buurman Jan Verboom graag helpen. Ze vond Jan een hele aardige, knappe man.
Ik zou hem kunnen helpen met het uitladen en het stapelen. Dat is niet zo moeilijk, dacht ze.
Opeens voelde ze weer een schok daar haar heengaan. Ze werd misselijk en duizelig.
Oh help, Faalangst verpest het weer! dacht Anne.
Ze was ineens bang dat ze Jan in de weg zou lopen als ze Jan zou gaan helpen. Ze begon te twijfelen of de schorskant boven of onder moest. Ze zag al voor zich hoe de hele houtstapel zou wegrollen onder haar handen. Van binnen schold ze op Faalangst en ze commandeerde hem te verdwijnen. Maar Faalangst liet zich niet wegjagen en verschool zich pas weer nadat Anne zichzelf had horen zeggen: “Goh, nou Jan, ik kan je er helaas niet mee helpen. Ik eh… heb met tennissen mijn pols gekneusd. Tot ziens hoor!”
Anne baalde ervan dat ze deze mooie kans om even wat tijd met Jan door te brengen niet kon aangrijpen, maar toen ze wegliep was ze blij dat ze van het nerveuze gevoel af was.

Ook Anja wilde graag haar buurman helpen met het haardhout. Net als Anne kreeg ze weer een schok door haar heen. Ze werd misselijk en alles draaide.
Hallo Faalangst, je bent er weer, dacht Anja. Door jou vind ik het eng om hout te gaan stapelen. Maar kom, ga met me mee, ik zal je bewijzen dat het best goed zal gaan.
Jan Verboom reageerde blij toen Anja aanbood hem te helpen.
Het was erg gezellig om samen alle houtblokken op te stapelen. Faalangst zat af en toe wel een beetje in de weg. Anja liet daardoor een paar houtblokken uit haar handen vallen.
Faalangst bleef nog lang aan haar zijde, zelfs toen al het werk al gedaan was.
Heb ik er nou wel goed aan gedaan? Misschien was ik juist een blok aan zijn been in plaats van een hulp. Ik kon niet zo snel stapelen als hij…
Pas toen het begon te regenen en Jan zei dat hij blij was dat al het hout droog onder het afdak lag en dat hij dankzij Anja de kar op tijd terug kon brengen, verdween Faalangst in de diepte en kon Anja weer ontspannen.

Anne en Anja kwamen in hun leven nog veel andere mensen tegen die hulp konden gebruiken.

Anne hielp hen niet meer. Ze schrok namelijk steeds heviger wanneer ze Faalangst op voelde komen en het kostte haar steeds meer energie om Faalangst te verdringen. Ze werd een kei in het vermijden van situaties waarbij hij zich zou kunnen laten gelden. Helaas kreeg Faalangst haar zo steeds meer in zijn greep. Het werd voor Anne steeds moeilijker om haar eigen weg te gaan.

Anja daarentegen had Faalangst steeds beter leren kennen en schrok niet meer van hem. Ze had geleerd met hem om te gaan. Ondanks de aanwezigheid van Faalangst koos ze ervoor de dingen te blijven doen die ze wilde doen. Op die manier kreeg ze steeds meer vat op Faalangst. Het werd voor Anna steeds makkelijker om nieuwe wegen in slaan. En onderweg bleef ze mensen helpen, want dat deed ze nou eenmaal graag.

© Tine de Jong – Veenstra

Advertenties

Over tinexpression

Tine is getrouwd en heeft drie kinderen. Ze is auteur van DROOM 'R OVER (jeugd 11-18 jaar) en NABIJ DE LIEFDE (gedichtenboekje), ontwikkelt nieuwe spellen op maat die gevoelige onderwerpen bespreekbaar maken en is huiswerkbuddy.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Verhaal over Faalangst

  1. Tine de Jong zegt:

    Hallo naaamgenootje, Faalangst, ja daar weet ik ook alles van. En het klopt ook wat je schreef. Gewoon het toch proberen te doen al heb ik achteraf ook wel enige klachten. Maar dan ben ik ook trots dat ik heb doorgezet. En soms haak ik ook weleens af. Vermoed dat veel mensen dit ook hebben maar er niet open over zijn. Doorzetting schept ook meer vertrouwen naar jezelf toe dat je iets best kunt. Mooie column en verhaal. Gelukkig kan ik ook vele momenten van mij af schrijven wat ook een pluspunt is .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s