De keuze voor de juiste man.

Er was eens een koning met een eenzame dochter.
“Met de juiste man aan je zijde zul je minder eenzaam zijn” opperde de koning tegen haar.
“Maar pap,” zei de prinses, “er zijn zoveel mannen. Hoe weet ik nou wie de juiste is?”

De koning wilde haar helpen. Na rijp beraad organiseerde hij een bijeenkomst op de top van een berg. Alle huwbare mannen van het land waren uitgenodigd, zodat de prinses ze kon bekijken.
“Ik wil niet alleen op het uiterlijk afgaan,” zei de prinses, “mijn aanstaande man moet een goed karakter hebben en echt van me houden.”
Daar had de koning aan gedacht: hij gaf de mannen de opdracht om een cadeau te vinden voor de prinses waarmee ze konden tonen hoe groot hun liefde voor haar was. Het cadeau moest symboliseren hoe zij de prinses zagen. De mannen kregen er tot zonsondergang de tijd voor. En de prinses moest op de top blijven wachten om de cadeaus in ontvangst te kunnen nemen zodra de mannen terugkeerden van hun zoektocht.
“Blijf rustig bovenaan de berg wachten, dan zul je daar voor zonsondergang de juiste man in je armen sluiten,” drukte de koning zijn dochter op het hart.
Toen de koning het startsein had gegeven, stoven alle mannen de berg af. De koning vertrok ook, want hij wilde de keuze niet beïnvloeden.

Na een paar tellen begon het te regenen. Eén man draaide zich onmiddellijk om en rende terug naar de prinses. Hij stak zijn paraplu op en hield het boven de prinses zodat zij droog bleef.

Een uur later hield het op met regenen en kwam er een andere man boven. Hij had al een mooi cadeau gevonden. Hij knielde voor de prinses neer en bood haar een ring aan die bezet was met zeldzame edelstenen.
Hij zei: “Prinses, neemt u alstublieft mijn sieraad aan…
Ik zie u als een vrouw van stand
Kostbaar als een diamant
Stralend als de zonneschijn
Voor altijd rijk zult u met mij zijn.”
De prinses klapte in haar handen.
“Wat een mooi cadeau,” riep ze uit. “Vind u ook niet, meneer?” vroeg ze aan de man met de paraplu.
Hij knikte instemmend.

Toen kwam er ineens een muizenfamilie aangelopen. De prinses gaf een gil van schrik. Ze was bang voor muizen maar ze verroerde zich niet. De man met de paraplu hield zijn geopende paraplu op de grond voor de voeten van de prinsen en liet de muisjes er in lopen. Toen deed hij de paraplu voorzichtig dicht, liep een stukje de berg af en liet de muizen daar weer vrij.

Toen hij verder naar beneden liep, zag hij een gouden koets met tien volbloed hengsten de berg op rijden. Iets verderop liep de koets vast. De man met de paraplu zag dat de wielen waren blijven steken achter rotsblokken. De man van de koets probeerde de rotsblokken weg te duwen, maar het lukte hem niet. Het was een smerig karwei, de rotsen waren glibberig van de regen.
“Straks kom ik nog te laat boven om dit cadeau aan de prinses te geven,” jammerde hij.
De man met de paraplu zei: “Ik help wel even. Gaat u maar in de koets zitten, dan zult u ruim op tijd en schoon bij de prinses aankomen.” Hij wrikte met zijn paraplu de rotsen weg en klom vervolgens op de bok van de koets. Hij mende de paarden veilig en vlot naar de top. Daar aangekomen keek hij toe hoe de andere man de koets met paarden aan de prinses aanbood.
Hij fluisterde in haar oor:
“Prinses, neemt u alstublieft mijn vervoermiddel aan…
Ik zie u als een vrouw van vuur
Vol passie, in voor avontuur
Samen reizen wij de wereld rond
met een glimlach om uw sexy mond.”
De prinses bloosde.
“Dank u voor dit fantastische aanbod,” fluisterde ze terug.
Toen zag ze de man met de paraplu van de koets afspringen en ze zwaaide hem na toen hij weer de berg afliep.

Opeens gleed er een schaduw over de top van de berg. De man met de paraplu keek naar boven. Kwam er weer een regenbui aan? Nee, het was een draak die recht op de prinses afvloog! De twee mannen die hun cadeaus al hadden aangeboden, verstopten zich snel in een bosje.
“Prinses, kom toch ook hier!” riepen zij.
Maar de prinses bleef dapper op de top staan. “Ik moest van mijn vader op deze plek blijven om de juiste man te vinden,” riep ze terug.
Op het moment dat de draak voor de prinses landde, sprong de man met de paraplu tussenbeide. Hij sloeg het beest net zo lang met zijn paraplu op zijn neus tot hij rokend van irritatie wegvloog.

De tijd had inmiddels flink doorgetikt. Het was al laat in de middag. Een derde man kwam boven.
“Prinses,” zei hij, “hier is een maquette van het kasteel dat ik voor u laat bouwen. U krijgt van mij een compleet landgoed erbij plus dienaren. Neemt u alstublieft mijn woning aan…
Ik zie u als mijn koningin
Bij mij krijgt u immer uw zin
Ik bouw, ik kook, ik was en boen
Ik garandeer u dat u zelf nooit iets hoeft te doen.”
De prinses lachte en complimenteerde de man met de maquette.

De koning kwam er aan.
Hij zei: “Ik zie dat maar drie mannen hun cadeau hebben aangeboden. Dat verwachtte ik al; de andere mannen kunnen geen cadeau vinden om hun liefde uit te drukken. Dat zegt iets over de liefde die ze voelen.. Wie niet voor deze zonsondergang een cadeau aanbiedt, is niet geschikt voor mijn dochter. Dit maakt de keuze een stuk eenvoudiger, nietwaar prinses?”
De prinses bekeek de drie mannen met hun prachtige cadeaus nog eens aandachtig en antwoordde: “Ik voel me vereerd met jullie aanbod en met hoe jullie me zien, maar ik kan niet tussen jullie kiezen.”
Daarna hield ze haar handen voor haar ogen en schokte met haar schouders.
De koning en de drie mannen keken elkaar verbouwereerd aan.

De man met de paraplu ging naast de prinses staan.
“Kan ik iets voor u doen?” vroeg hij.
“Kunt u er voor zorgen dat ze mij niet zien huilen?”
De man met de paraplu klapte zachtjes zijn paraplu uit en verborg de prinses erachter.
“Wat maakt u zo verdrietig?” vroeg hij ondertussen.
Ze snikte zachtjes: “Niemand ziet hoe ik echt ben.”
De man knikte haar bemoedigend toe.
“De tijd is nog niet helemaal om. Het kan nog!” zei ze, “als u het wilt tenminste.”
“Wat bedoelt u?” vroeg de man met de paraplu.
“U kunt me uw cadeau aanbieden.”
“Het spijt mij, prinses, ik zou het graag willen, maar ik heb geen cadeau meegebracht. Ik kan u niets aanbieden.”
“Wel waar!” zei de prinses vastberaden. Ze keek hem aan en toen begreep hij het. Terwijl zij hoopvol haar tranen droogde, zei hij:
“Liefste prinses, neemt u alstublieft mijn hart aan…
Ik zie u als een vrouw van vlees en bloed
Ik zag uw angst en ook uw moed
Ik houd van uw tranen en uw lach
U bent voor mij mijn nacht en dag.

De prinses vloog stralend in zijn armen.
Haar keuze was gemaakt.

 

Door Tine de Jong-Veenstra​

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | Een reactie plaatsen

De terugkerende droom

Ze was moe. Zo moe. Moe van het gestress op haar werk, moe van het gejengel van haar kleine kinderen, moe van de veeleisendheid van haar man en vooral moe van het geregel om werk, kinderen en relatie te kunnen blijven combineren.

Steeds vroeger ging ze naar bed. Ze sliep zodra haar hoofd haar kussen raakte. Elke dag moest ze vroeg eruit want als de wekker haar niet wakker maakte, deed haar peuter het wel.

Ze herinnerde zich vaak een droom zodra ze wakker werd. Een terugkerende droom. Vroeger had ze die droom ook wel eens gehad. Zeker weten deed ze dat niet, maar ze had het gevoel dat ze in haar laatste dromen plekken herkende die ze al eerder in oude dromen had bezocht. Steeds wanneer ze de volgende ochtend probeerde haar droom op te schrijven, lukte het haar niet. Ze kon de beelden niet weer oproepen. Het enige wat ze wist, was dat ze in die terugkerende dromen steeds maar weer op zoek was naar een bepaalde markt: ze liep verdwaald door de straten van een stad die in werkelijkheid niet bestond, maar waarvan ze wel de gebouwen, die ze onderweg zag, herkende uit voorgaande dromen. En elke keer kwam ze dichter bij waar ze heen wilde: de markt. Maar wat het precies was wat ze daar zocht, wist ze nooit als ze wakker werd.

Op een avond kon ze haar ogen bijna niet meer open houden tijdens een etentje met haar man. “Waar is de bruisende vrouw gebleven waar ik verliefd op was? Je bent helemaal niet gezellig meer.”
“Sorry, ik houd het gewoon niet meer vol”, zuchtte de vrouw.
“Saai hoor! Altijd maar moe. En dat terwijl je iedere avond al uren ligt te pitten wanneer ik naar boven ga,” zei haar man. “De volgende keer neem ik de oppas wel mee uit.”

De volgende dag had ze gelukkig een vrije dag. Ze besloot om weer in bed te kruipen nadat ze haar kinderen naar school en kinderopvang had gebracht. Ze hoopte vurig dit keer de markt te vinden in haar droom voordat ze wakker zou worden.

Ze rende gehaast door de winkelende menigte naar de boogbrug. Ze kreeg het er bloedheet van, haar t-shirtje plakte aan haar lijf. Aan de overkant van de rivier kon ze kiezen tussen twee wegen. Ze koos het omhoogslingerende beukenlaantje dat naar de top op een van de heuvels leidde. Ze voelde dat daar iets belangrijks moest zijn. Af en toe rustte ze even in de schaduw om af te koelen. De warme zomerzon stond op zijn hoogst aan de hemel. Eenmaal boven schitterde de zilveren toren van de grote kerk haar tegemoet, die op de tweede heuvel stond. Ze wist dat ze geen tijd te verliezen had. Haar benen voelden loodzwaar, maar haar hart voelde nog nooit eerder zo licht.

En toen was ze er ineens. Op het marktplein. De markt was verlaten. Er waren geen kraampjes, geen mensen, geen duiven… Was ze te laat? Ze liep naar het midden van het plein en zakte daar langzaam op haar knieën. Behoedzaam betastte ze de gladde donkere straatstenen die opgewarmd waren door de zon. Ze voelden aangenaam, bijna zacht. Ze ging op de stenen liggen, op haar rug, en keek naar de lucht. Geen wolkje te zien. Ze hoorde geen geluiden. Ze zuchtte diep en sloot toen haar ogen. Ze viel met een vredig gevoel in slaap.

Toen ze wakker werd, lag ze in het midden van een kring mensen die bezorgd op haar neer keken. Een onbekende, knap uitziende man, stapte naar voren en boog zich over haar heen.
“Gaat het wel?” vroeg hij, “Je was flink uitgegleden. Het is ook zo verraderlijk hè, die ijzel. Doe maar rustig aan, ik help je wel.”
Ze nam zijn uitgestoken hand aan en liet zich door de man omhoog trekken. In zijn ogen zag ze iets vertrouwds, alsof ze hem uit een vorig leven kende.
Ze keek in het rond en bibberde even. Traag sloeg ze de sneeuw van haar jas.
“Je ziet er een beetje moe uit. Zal ik je maar even thuisbrengen? Waar woon je?” vroeg de man vriendelijk.
Even moest ze nadenken. Waar woonde ze ook alweer? Het moest door de val op haar hoofd komen. Opeens wist ze het weer: “Ik woon hier vlakbij, naast de kerk met de zilveren toren.”
Ze stelden zich aan elkaar voor en wandelden vervolgens samen over het gezellig verlichte marktplein langs de vele stoffen-, fruit- en kerstkramen naar haar huis Veel marktlieden groetten haar en zij groette hen terug. Ze kende hen bijna allemaal bij naam.
Vier jaar later luidden de kerkklokken in de zilveren kerktoren extra feestelijk vanwege het huwelijk van twee mooie, liefdevolle mensen. Ze noemden hen met recht een droompaar.

Door Tine de Jong-Veenstra

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

142.857 keer.

Er was eens een park waar Galloway runderen graasden, waar mensen konden sporten en waar zij hun honden los konden laten lopen. Jarenlang werd er gefluisterd dat er ’s nachts in dat park een zwerver sliep. Niemand wist wie hij was. Niemand had hem ooit gezien, niet goed in elk geval. Er was geen verlichting in het park en je moest wel echt een held zijn om in het donker door het park te gaan. Stel je voor dat er plotseling zo’n Galloway voor je neus stond!

De zwerver zorgde ervoor dat hij ’s morgens verdwenen was voordat er mensen in het park kwamen. Soms lukte dat niet helemaal. Want er waren natuurlijk best mensen die het toch waagden om ’s nachts door het park te fietsen. En er waren ook mensen die voor dag en dauw hun hond uitlieten in het park. Maar ze ontweken hem.

Op een dag, heel vroeg in de ochtend, liep er een meisje door het park. Haar hond rende ervandoor. Na meerdere keren roepen kwam hij nog niet terug. Ze ging naar hem op zoek in de bosjes. En daar zag zij de zwerver liggen. Hij werd net wakker en stond traag op.
“Goedemorgen meneer”, zei het meisje vriendelijk. Ze wist niet of hij haar teruggroette; ze hoorde niks en ze kon het ook niet aan zijn gezicht zien. Die was verborgen achter een grote capuchon.

Even later kwam het meisje een vrouw tegen, die treurig in het rond keek.
“Bent u uw hond ook kwijt?” vroeg het meisje.
“Nee hoor,” snikte de vrouw zachtjes. Ze maakte zo’n eenzame indruk op het meisje, dat het meisje besloot een praatje met haar te maken. Ze vertelde haar dat ze de zwerver had gezien.
“Heb je iets tegen hem gezegd?” vroeg de vrouw.
Het meisje knikte. “Ik heb Goedemorgen meneer gezegd.”
“Goed zo! Goed zo!” riep de vrouw blij. Ze fleurde ineens helemaal op.
Verwonderd vroeg het meisje aan de vrouw of zij de zwerver misschien kende.

“Hij heet Adriaan,” zei de vrouw. “Adriaan was een goede jongen, maar hij dronk teveel. Hij werd van school getrapt en hij verloor ieder baantje dat hij kreeg. Elke keer beloofde hij dat hij niet meer zoveel zou drinken, maar hij deed het toch. Als zijn vrienden hem dronken aantroffen in de kroeg, zeiden ze: ‘Wat ben je toch een rund! Je verknalt je eigen leven!’ Adriaan probeerde van de alcohol af te blijven, maar als het hem tegenzat zocht hij troost in de fles. Hij raakte verslaafd en het ging van kwaad tot erger. Hij stal af en toe geld om sterke drank te kunnen kopen. Hij werd gepakt maar kwam altijd weer gauw op vrije voeten omdat hij beloofde af te kicken.”
“Is dat gelukt?” vroeg het meisje.
“Het ging even goed. Hij kreeg een huisje. Hij kreeg een vriendin: Sabina. Hij was goed voor haar. Maar hij ging toch weer aan de drank. De politie vond hem laveloos langs de kant van de weg. Toen Adriaan weer bijkwam, schold de politieman hem uit voor domme rund. De politie belde daarna Sabina om hem op te halen. Toen Adriaan bij haar in de auto zat, zei hij dat hij dorst had. Sabina zette hem boos uit de auto. Dat was hier vlakbij. Adriaan haalde zijn schouders op en liep slingerend dit park in. ‘Wat ben jij toch een ongelóóflijke rund!’ riep Sabina hem na.”

“Iedereen noemde hem een rund,” merkte het meisje op.
“Precies,” zei de vrouw. “Exact 142.857 keer is hij rund genoemd. Maar weinig mensen weten dat 142.857 een magisch getal is. Als je 142857 keer wordt uitgescholden voor eenzelfde dier, zul je gedoemd zijn elke dag als dat dier te leven. Alleen als je slaapt ben je een mens. Zodra je opstaat verandert je gedaante langzaam in een dier. Pas als Adriaan 142.857 keer zal horen dat hij als mens wordt aangesproken, zal hij weer normaal worden.”

De hond van het meisje kwam er kwispelend aangerend.
“Ik moet gaan,” zei het meisje. “Bedankt voor uw verhaal.” Het meisje gaf de vrouw een hand om afscheid te nemen. “Tot ziens mevrouw…”, zei ze.
“Zeg maar Sabina.. ik ben Sabina.”

Door Tine de Jong – Veenstra.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | Een reactie plaatsen

Boom van Openheid, Gelijkwaardigheid en Respect.

Er zat een grote vogel op de hoogste tak in een prachtige boom. Hij kwetterde naar beneden, waar heel veel vogels zaten van diverse pluimage. Ze keken op naar de grote vogel en luisterden vol ontzag naar hem.

Op een dag kwam er nieuw vogeltje aangevlogen.
“Welkom in mijn Boom van Openheid, Gelijkwaardigheid en Respect,” zei de grote vogel en met een weids gebaar nodigde hij het vogeltje uit om erbij te komen zitten.
De kleine vogel ging naast de grote vogel zitten.

“Nee, neem wat lager plaats bij de andere vogels. Daar kun je beter horen wat ik te verkondigen heb, want ik praat naar beneden om hen allemaal tegelijk nieuwe inzichten te geven.”
Oh, is het eenrichtingsverkeer? dacht het vogeltje. Dat vond het kleine vogeltje een beetje vreemd. Zijn intuïtie zei dat hij beter verder kon vliegen, maar hij deed toch maar wat de grote vogel hem opdroeg.

De grote vogel predikte de hele dag over het belang van openheid, gelijkwaardigheid en respect. De meeste vogels knikten bewonderend bij alles wat hij zei. Maar niet allemaal; enkele vogels kwamen ervoor uit dat zij het niet helemaal eens waren met de dingen die de grote vogel zo stellig beweerde. De grote vogel zette zijn veren stekelig overeind en joeg ze uit zijn Boom van Openheid, Gelijkwaardigheid en Respect.
“Zij stonden niet open voor mijn zienswijze en waren hier alleen maar om oproer te kraaien. Ik ben zelf heel open en zie daarom feilloos wanneer een ander niet open is,” verklaarde hij.
Weer zei de intuïtie van het kleine vogeltje dat hij beter verder kon vliegen, maar hij bleef zitten.

Af en toe vroegen wat vogels om verduidelijking omdat ze probeerden te begrijpen wat de grote vogel bedoelde met zijn soms vage en tegenstrijdige teksten.
“Dat je mijn woorden niet begrijpt, komt omdat je je nog niet zo ver spiritueel hebt ontwikkeld als ik,” luidde het standaard antwoord van de grote vogel.

Opeens keek de grote vogel treurig in het rond. Hij zei: “Ik zit ergens mee. Een damesvogel verweet mij gisteren dat ik haar mening niet respecteerde. Ik voel me zeer gekwetst, want zoals jullie weten toon ik altijd respect voor ieders mening…”
Bijna alle vogels vonden het sneu voor de grote vogel en ze vonden het dapper dat hij zijn kwetsbaarheid liet zien.
Dwelmend in zelfmedelijden zei de grote vogel: “Ik zal jullie alles vertellen over ons meningsverschil. Jullie zijn vrij om daarna jullie eigen oordeel erover te vellen.”

“Wat deed u toen u merkte dat zij een andere mening had dan u?” vroeg het kleine vogeltje nieuwsgierig.
“Ik verduidelijkte toen mijn standpunt en kwam net zolang met argumenten tot zij wel moest inzien dat het nou eenmaal was zoals ik het zei. Maar ze bleef beweren dat zij het anders voelde. Ze wilde gewoon haar mening doordrukken en haar gelijk halen.”
“Is dat zo of denk u dat?”
“Daar hoef ik niet over na te denken! Ze is te dom om haar mening met feiten te kunnen onderbouwen. Haar mening is alleen maar gebaseerd op onderbuikgevoelens. Ik kwam daarentegen steeds terug op de inhoud en ik kwam met bewijzen dat zij een verkeerde aanname van de werkelijkheid had, maar zij bleef maar zeggen dat ze het dicht bij haarzelf wilde houden!”

“Ik ga er maar weer eens vandoor want mijn oordeel is dat u inderdaad niet respectvol omging met haar mening. En ik heb gemerkt dat u vaak anders doet dan dat u predikt. Ik ging in deze boom zitten om wat te leren maar ik geloof niet meer dat ik nog wat van u kan leren,” zei het kleine vogeltje.
De veren van de grote vogel gingen weer stekelig omhoog staan. Tegelijkertijd zei de grote vogel met een poeslieve stem: “Ik zou graag willen weten wat de reden is waarom je zo heftig reageert.”

Het kleine vogeltje kwam rustig naast hem zitten en opende zijn snavel om uitleg te geven, maar voordat hij wat kon zeggen, greep de grote vogel hem beet en hield hem stevig in zijn klauwen. Sissend van woede fluisterde hij in zijn oortje, zo zacht dat niemand anders het hoorde: “Jouw uitleg kan me geen barst schelen! Je hebt mij in het bijzijn van de anderen zwart gemaakt. Respectloos! Ik blijf zelf altijd heel respectvol. Jij niet. Jij bent net zo’n lastig mens als die ene gecompliceerde tuttebel die zo arrogant was om vast te houden aan haar eigen mening terwijl mijn argumenten veel beter waren dan de hare want ik heb immers al meer dan 20 jaar ervaring in vogels de les lezen. Vlieg op en laat je hier nooit meer zien!”

Het kleine vogeltje vloog toen weg, keek nog even om naar de Boom van Openheid, Gelijkwaardigheid en Respect en dacht: “Ik heb in die mooie boom toch nog wat geleerd. En dat is dat het beter is om sneller naar mijn intuïtie te luisteren.”

 

Door Tine de Jong – Veenstra

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | 1 reactie

Oude schoolpleinspelletjes met liedjes

Omdat ze me aan m’n goede oude basisschooltijd doen denken en ik ze daarom niet wil vergeten, heb ik de teksten van de zang- en bewegingsspelletjes opgeschreven die we vroeger op het schoolplein deden. Er waren nog wel meer spelletjes, maar ik weet ze niet allemaal meer…

Springtouwliedjes

Rode bessen lust ik graag,
zwarte nog veel liever
Mooie meisjes kus ik graag,
jongens nog veel liever.
Raad eens wie ik tegenkwam,
(meisje) met haar jongeman
En ik zou zo graag eens willen weten
hoe die jongeman zou heten.
A B C D E F…….enz.

Beertje beertje draai eens rond,
beertje beertje raak de grond.
Beertje beertje was je handen,
beertje beertje poets je tanden.
Beertje beertje pluim op je hoed,
beertje beertje sta je goed?

Slingerliedjes

Ik zou zo graag een ketting rijgen,
maar ik kon de draad niet krijgen
Ha, ha Victoria
Ha, ha Victoria

En de boom die wordt
hoe langer hoe dikker
En de boom die wordt
hoe langer hoe dikker
Etc.

Heen en weer liedjes

De eerste was een cowboy
de tweede was een meid
de derde kon niet komen
de vierde had geen tijd
de vijfde was te mager
de zesde was te dik
En de zevende had de tenen van de achtste ingeslikt.
Rood is de liefde, zwart is de rouw.
(Meisje) wordt later (jongen) zijn vrouw.
En altijd en altijd
denkt ze aan hem
Eerst aan z’n ogen, dan aan z’n stem
Altijd en altijd een kusje van hem.
Negen maanden later stond er in de krant
(meisje) kreeg een baby zo dik als een olifant.
(Meisje, meisje) engel van goud
Wil je wel geloven dat (jongen) van je houdt? (2x)

Ik kom uit verre landen
Magom magom magommetje
Ik kom uit verre landen
Magommetje
Wat heb je voor me meegebracht
Magom magom magommetje
Wat heb je voor me meegebracht
Magommetje
Een doos met chocolade
Magom magom magommetje
Een doos met chocolade
Magommetje
Voor wie zal dat wel wezen
Magom magom magommetje
Voor wie zal dat wel wezen
Magommetje
Al voor mijn allerliefste
Magom magom magommetje
Al voor mijn allerliefste
Magommetje

Ho ho ho hoog in de bergen,
daar woont een slavin.
Met twee schele ogen,
En een wrat op haar kin.
Dertien geboren,
twaalf getrouwd.
Wie is er gestikt in de havermout?
Ho ho ho Holadiejska, Holadiejo
Holadiejska, Holadiejo
Holadiejska, Holadiejo
Holadiejska, Ho!

Kringliedjes

Er zat een klein zigeunermeisje
huilend op een steen.
Huilend, huilend, de hele dag alleen.
Sta op meisjelief en droog je traantjes af.
Kies een kindje uit de kring, die met je dansen mag.
Tralalalalala lalalalala
Lala lala lalala lala etc

Een twee drie vier vijf zes zeven.
Wie zal ik een kusje geven?

Zakdoekje leggen, niemand zeggen,
ik heb de hele nacht gewaakt.
Twee paar schoenen heb ik afgemaakt.
Een van stof en een van leer.
Hier leg ik mijn zakdoekje neer.
Kijk voor je kijk achter je,
wie hem heeft die mag me pakken.

Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven,
heb je wel gehoord van de zevensprong?
Ze zeggen dat ik niet dansen kan,
maar ik kan dansen als een edelman:
dat is één, dat is twee, dat is drie
dat is vier, dat is vijf, dat is zes
en dat is ze-he-ven!

Groen is gras,
groen is gras,
onder mijne voeten.
Ik heb verloren m’n beste vriend,
ik zal hem zoeken moeten
Hé daar, plaatsje maken voor de jongedame.
En de koekoek op het dak
zingt z’n lied op zijn gemak.
Oh, mijn lieve Augustijn.
Deze dame zal het zijn.

Drie boerenjongens die dansen in een kring.
Kom jij er maar eens in, kom jij er maar eens in!
En als je met me mee gaat, mijn beste vriendin,
dan dansen we samen de wijde wereld in!
Van je troelala! Troelala! Troelalalala!
Kom jij er maar eens in, kom jij er maar eens in.
Van je troelala! Troelala! Troelalalala.
Van je troela troelalalala!

Joepie Joepie is gekomen,
heeft mijn meisje weggehaald.
Maar ik zal er niet om treuren,
gauw een ander weer gehaald.
Tralalalalala, lalalalalala,
Lalalalalala, lalalalalala!

Diversen

Er is een vrouw vermoord,
met een gordijnenkoord.
Ik heb ’t zelf gezien,
het was op kamer tien.
Het bloed liep van de trap,
’t leek net tomatensap.
Haar hoofd lag in de pan.
Ik werd er miss’lijk van.
Ik bel de politie op,
maar die neemt niet op…

Twee emmertjes water halen,
twee emmertjes pompen.
De meisjes op hun klompen,
de jongens op hun houten been,
rijd maar door mijn straatje heen.
Van je ras, ras, ras, rijdt de koning door de plas.
Van je voort, voort, voort, rijdt de koning door de poort.
Van je sterk, sterk, sterk, rijdt de koning door de kerk.
Van je één, twee, drie!

Schipper, mag ik overvaren, ja of nee?
Moet ik dan nog geld betalen, ja of nee?
Hoe?

Ik zoek een jongen met beatle-haar,
beatle-haar en een jazz-gitaar.
Twee blauwe ogen, een spijkerbroek,
dat is de jongen die ik zoek.
Benen wijd,
armen spreid,
heup opzij,
en je hoofd erbij!
Jippie jee ole!, jippie jee ole!

Witte zwanen, zwarte zwanen,
wie gaat er mee naar Engeland varen?
Engeland is gesloten,
de sleutel is gebroken.
Is er dan geen smid in het land
die de sleutel maken kan?
Laat doorgaan,
laat doorgaan,
wie achter is zal voorgaan!

Zo, dat was weer eens lekker nostalgisch toch?
Mocht je nog aanvullingen hebben, zet ze dan alsjeblieft in een reactie. Altijd leuk. Bedankt alvast.

Groetjes, Tine de Jong-Veenstra

Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties

5 mei dichtbij

5 mei. De dag van de vrijheid. Voor mij een mooi moment om stil te staan bij de persoonlijke vrijheid van mezelf en de mensen om me heen.

Vrijheid is voor mij: leven op een manier die bij mij past, mijn dingen kunnen doen zonder dwang. Ik haat dwang. Als iets MOET dan doe ik het vaak wel uit plichtsbesef maar het voelt niet goed als ik er niet zelf achter sta. Ik vind het heel vervelend als iemand mij iets wil opleggen, als iemand mij zegt hoe ik moet denken of hoe ik me moet gedragen. Is altijd al zo geweest. Daarom wil ik anderen ook niet tot iets dwingen of hen mijn mening opleggen. Ik kan alleen maar laten weten hoe ik over iets denk in de hoop dat de ander er iets mee kan, iets herkent of er over nadenkt. Ik wil anderen ook in vrijheid laten leven. Leven en laten leven.

Ik betrap mezelf er nog regelmatig op dat ik dingen voor anderen wil bepalen omdat ik denk dat dat goed voor hen is. Maar ik probeer dat bij mezelf te veranderen. Ik probeer minder te bedisselen. Dat betekent, dat ik als ik iets wil samendoen, samen de stad in bijvoorbeeld, maar de ander wil iets in zijn eentje doen, hardlopen bijvoorbeeld, dat ik dan niet uit teleurstelling ga zeuren…. Ahum, dat niet zeuren lukt dus niet altijd.

Dat betekent ook, dat nu de kinderen niet de hele week mee willen naar de camping, ik ze ook niet dwing om de hele week te blijven. Jammer vind ik het wel – ik zou het fijn vinden als ze graag de hele week bleven – maar ik vind het niet oké als ik voor hen ga bepalen hoe zij hun vrije tijd in moeten delen. De kinderen konden goed uitleggen waarom ze niet de hele week van huis wilden zijn. Dus we hebben een compromis gesloten.

Ja, dat is denk ik waar persoonlijke vrijheid voor allen op leunt: goed kunnen uitleggen wat je wel en niet wilt, de ander willen begrijpen en compromissen sluiten. Vooral veel compromissen sluiten 🙂

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het cadeau voor een onzichtbaar kind.

Ik was een kind dat eenzaam op het schoolplein stond. Zonder vrienden om mee te spelen en zonder vijanden om mee te vechten. Ik was onzichtbaar voor de wereld en ik zag de wereld niet.

Het was voor mij altijd donker tot op de dag dat een meisje mij groette. Alles werd toen ineens een klein stukje lichter om me heen.
Het meisje zei: “Je kunt een mooi cadeau winnen dat steeds meer waard wordt.”
Ze had mijn interesse gewekt; ze zag me, ze praatte met me en ik kon een mooi cadeau winnen dat steeds meer waard werd!
Ze gaf me een kaart waar een opdracht op stond:

– Groet mensen.
– Je krijgt een punt voor elke groet die je terugkrijgt.
– Behaal 10 punten.

Vriendelijk keek ze me aan. “Doe je mee? Ik zal je coach zijn tot het je gelukt is.”
Ik had niks te verliezen en knikte.

Ze nam me mee naar een plek waar veel mensen langsliepen.
“Begin maar,” zei ze.

Ik mompelde: “Hallo…”
De voorbijgangers liepen me voorbij zonder terug te groeten.
Het meisje zei: “Harder praten helpt. Zorg dat ze je horen.”
Ik zei hardop: “Hallo!”
De voorbijgangers liepen me voorbij zonder terug te groeten.
Het meisje zei: “Iemand aankijken helpt. Zorg dat iemand weet dat je het tegen hem hebt.”
Ik keek iemand aan en zei: “Hallo!”
De voorbijgangers liepen me voorbij zonder terug te groeten.
Het meisje zei: “Vrolijker kijken helpt. Zorg dat je je goede wil toont.”
Ik zuchtte. Ik stond op het punt om het op te geven, maar het meisje keek me stralend aan en zei: “Je bent er bijna.” Ze lachte naar me en haar lach werkte aanstekelijk.
Aangestoken door haar lach zei ik vlug “Hallo!” en ik keek daarbij iemand vrolijk aan.
En warempel, die voorbijganger groette terug! Ik had mijn eerste punt gescoord! Dat voelde fijn.
Het meisje zei: “Heel goed! Erbij zwaaien helpt ook, zorg dat je positieve energie overbrengt op de ander.”
Ik zwaaide, keek mensen aan en begroette hen vrolijk. Ik kreeg de smaak te pakken! Al snel had ik tien punten gehaald.

“Krijg ik nu mijn cadeau?” vroeg ik. Ik was nieuwsgierig naar wat het zou zijn.
“Bijna,” zei het meisje. “Dit is opdracht 2: ga op zoek naar kinderen die alleen staan, die geen vrienden en geen vijanden hebben, die onzichtbaar lijken voor iedereen. Jij kunt die kinderen wel zien, omdat jij zelf ook zo geweest bent. Je zult je leven lang oog voor hen hebben. Wees hun coach zoals ik voor jou was. Groet een onzichtbaar kind en zeg dat hij een mooi cadeau kan winnen dat steeds meer waard wordt. Laat hem oefenen met groeten. Geef hem tips: hard genoeg praten, aankijken, vrolijk kijken en zwaaien. Als dat goed is gegaan, leg je hem opdracht 2 uit. En daarna doe je wat ik nu doe.”
Het meisje gaf me een hand en zei: “Je hebt mij nu niet meer nodig. Dit alles is wat mijn coach ook tegen mij zei. Het ga je goed, mijn vriend’.

Ze liep weg en ik keek haar na. Ze keek nog even achterom en zwaaide naar me. Ik zwaaide terug.
“Daag!” riepen we allebei.
Toen begreep ik het pas. Er kwam een brede glimlach om mijn lippen. En ik proefde het zout van een traan. Een traan die een klein stukje eenzaamheid vanuit mijn hart mee naar buiten voerde, het was een zuiverende traan van geluk.

Ik ging op zoek naar een onzichtbaar kind om de opdrachten door te geven.

Sinds die ene dag begroet ik allerlei mensen met veel plezier. Bekende en onbekende mensen. Niet iedereen groet terug, maar dat geeft niet. Ik laat zien dat ik er ben en dat ik hen zie. Wie weet zit er tussen al die mensen die ik groet wel een (oud) kind dat nog nooit gezien is en voor wie de wereld ineens een klein stukje lichter wordt.

En elke keer als ik terugdenk aan die dag waarop ik leerde groeten, glimlach ik en rolt er weer een zuiverende traan van geluk over mijn wang.

Door Tine de Jong- Veenstra

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | 4 reacties